THE BALANCEhttps://thebalance.clinic/nl/informatiebronnen/mentale-gezondheid/adhd-mentale-gezondheid/wat-is-adhd/
THE BALANCE

Vertrouwelijk advies

Laten we uw volgende stap bespreken.

Bespreek met ons opnameteam de behandelmogelijkheden voor uzelf of een dierbare.

Uw opnameteam

Jil Moore
Jil MooreDirecteur cliëntrelaties
Cynthia Nakhle
Cynthia NakhleOpnamemanager
Bel ons opnameteam+41 44 500 5111 Stuur een WhatsApp-berichtBegin een gesprek

Klinische bron

Wat is ADHD

Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD) is een complexe stoornis die wereldwijd miljoenen mensen treft. Door de kenmerkende combinatie van onoplettendheid, hyperactiviteit en impulsiviteit kan ADHD grote invloed hebben op het dagelijks leven, relaties en prestaties op school…

Klinisch beoordeeld doorDr. Sarah Boss, MD
Stenen woning met een zwembad, gazon en palmbomen

Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD) is een complexe stoornis die wereldwijd miljoenen mensen treft. Door de kenmerkende combinatie van onoplettendheid, hyperactiviteit en impulsiviteit kan ADHD grote invloed hebben op het dagelijks leven, relaties en prestaties op school of op het werk.

Naast de uitdagingen zijn er echter ook mogelijkheden voor mensen die met deze aandoening leven.

In onze luxueuze behandelcentra voor ADHD begint de zorg met een individuele beoordeling en een gesprek over passende behandelmogelijkheden. Klinische deskundigheid, wetenschappelijk onderbouwde zorg en nazorg zijn belangrijker dan voorzieningen. Niet iedereen met ADHD heeft residentiële behandeling nodig.

ADHD is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis die invloed heeft op het vermogen om aandacht, gedrag en emoties te reguleren. Het is belangrijk te begrijpen dat ADHD niet simpelweg het gevolg is van luiheid of een gebrek aan discipline, maar van een complexe wisselwerking tussen genetische, omgevings- en neurobiologische factoren [1].

Bestaat ADHD echt?

Deze vraag leidt al jaren tot debatten en discussies, maar er is overweldigend bewijs dat aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD) een daadwerkelijk bestaande medische aandoening is.

ADHD is een goed gedocumenteerde medische aandoening. De stoornis wordt erkend als neurobiologische ontwikkelingsstoornis in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) van de American Psychiatric Association en wordt ook erkend door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Indeling van ADHD

ADHD kent drie erkende presentatievormen, gebaseerd op de symptomen die op de voorgrond staan. De presentatievorm kan in de loop van de tijd veranderen:

Overwegend onoplettende presentatie (ADHD-PI): Mensen met dit type hebben vooral moeite met aandacht en concentratie. Zij kunnen moeite hebben met het organiseren van taken, het opvolgen van instructies en het afronden van opdrachten. Dit type wordt soms ADD (aandachtstekortstoornis) genoemd.

Overwegend hyperactief-impulsieve presentatie (ADHD-HI): Bij mensen met dit type staan hyperactiviteit en impulsief gedrag meer op de voorgrond. Zij kunnen friemelen, anderen onderbreken en moeite hebben om op hun beurt te wachten.

Gecombineerde presentatie (ADHD-C): Zoals de naam aangeeft, combineert dit type zowel onoplettende als hyperactief-impulsieve symptomen.

ADHD bij kinderen en volwassenen

ADHD-symptomen kunnen tot in de volwassenheid blijven bestaan. Hoewel de kernkenmerken gelijk blijven, kan de manier waarop ze tot uiting komen verschillen:

Symptomen in de kindertijd: ADHD begint in de kindertijd, maar symptomen kunnen onopgemerkt blijven of door voldoende ondersteuning worden opgevangen, waardoor de diagnose pas later wordt gesteld.

Diagnose op volwassen leeftijd: Hierbij gaat het vaak om de herkenning van al langer bestaande symptomen, niet om een nieuw subtype dat pas op volwassen leeftijd ontstaat. Bij diagnostisch onderzoek wordt gekeken naar symptomen in de kindertijd en naar slaapproblemen, stemmingsstoornissen, middelengebruik en andere verklaringen voor nieuw ontstane problemen.

Hoe vaak komt ADHD voor

ADHD is een veelvoorkomende neurobiologische ontwikkelingsstoornis. Schattingen van de prevalentie verschillen naargelang de onderzochte populatie, de leeftijdsgroep en de onderzoeksmethode.

  • Bevolkingsonderzoeken en enquêtes onder mensen die ooit een diagnose hebben gekregen, meten verschillende zaken. De percentages uit deze onderzoeken zijn niet onderling uitwisselbaar.
  • Schattingen van de CDC over gediagnosticeerde ADHD bij Amerikaanse kinderen zijn gebaseerd op onderzoekspopulaties uit specifieke jaren en op rapportages van ouders. Raadpleeg de actuele gegevenspagina van de CDC voor het onderzoeksjaar en de leeftijdsgroep, in plaats van een ouder percentage als een tijdloos cijfer te beschouwen.
  • Bij jongens wordt ADHD vaker vastgesteld dan bij meisjes. Dit kan echter samenhangen met verschillen in de manier waarop symptomen tot uiting komen en mogelijke onderdiagnostiek bij meisjes en vrouwen [1].

Wie krijgt ADHD

ADHD kan voorkomen bij mensen van verschillende leeftijden en achtergronden. Risicofactoren beschrijven verbanden op bevolkingsniveau en kunnen niet worden gebruikt om bij een individu een diagnose te stellen.

  • ADHD komt vaak bij meerdere familieleden voor, wat wijst op een genetische component van de stoornis.
  • Omgevingsfactoren, zoals blootstelling aan lood in de vroege kindertijd, kunnen het risico op het ontwikkelen van ADHD verhogen.
  • Ook vroeggeboorte, een laag geboortegewicht en prenatale blootstelling aan alcohol of tabak kunnen samenhangen met een grotere kans op ADHD.
  • Sommige onderzoeken suggereren dat kinderen met een lagere sociaaleconomische achtergrond mogelijk een hoger risico op ADHD hebben, maar meer onderzoek is nodig om de volledige omvang van dit verband te begrijpen.
  • ADHD wordt niet verklaard door een slechte opvoeding. Schermgebruik en aandachtsproblemen kunnen met elkaar samenhangen, maar dat toont niet aan dat schermen ADHD veroorzaken.

De symptomen betreffen onoplettendheid en/of hyperactiviteit en impulsiviteit. De onderstaande voorbeelden beschrijven mogelijke gevolgen, geen vast verloop in opeenvolgende stadia. Bij diagnostisch onderzoek wordt gekeken naar het aanhouden van de symptomen, de ontwikkeling en beperkingen in verschillende situaties.

1. Categorieën van ADHD-symptomen

A. Symptomen van onoplettendheid:

Deze symptomen hebben vooral invloed op het vermogen om zich op taken te concentreren en de aandacht erbij te houden. Ze kunnen onder meer bestaan uit:

  • Moeite hebben om aandacht aan details te besteden of slordigheidsfouten maken bij schoolwerk of andere activiteiten.
  • Moeite hebben om overzicht te houden en taken af te ronden, zoals schoolopdrachten of huishoudelijke taken.
  • Snel afgeleid raken door prikkels van buitenaf, waardoor het moeilijk is om gesprekken of instructies te volgen.
  • Regelmatig afspraken, deadlines of belangrijke spullen zoals sleutels of telefoons vergeten.
  • Taken die langdurige mentale inspanning vereisen, zoals huiswerk of administratie, vermijden of er een afkeer van hebben [1].

B. Symptomen van hyperactiviteit:

Symptomen van hyperactiviteit betreffen overmatige rusteloosheid en de behoefte om voortdurend te bewegen. Ze kunnen onder meer bestaan uit:

  • Tijdens het zitten friemelen of met handen of voeten tikken en niet stil kunnen blijven zitten.
  • Rennen of klimmen in situaties waarin dat niet past, zelfs wanneer het onveilig of sociaal niet aanvaardbaar is.
  • Zich rusteloos voelen in situaties waarin verwacht wordt dat men blijft zitten, zoals tijdens lessen of vergaderingen.
  • Overmatig praten en moeite hebben om rustig aan activiteiten deel te nemen [1].

C. Symptomen van impulsiviteit:

Impulsiviteit houdt in dat iemand handelt zonder na te denken en moeite heeft om directe reacties te remmen. Symptomen van impulsiviteit kunnen bestaan uit:

  • Antwoorden eruit flappen of gesprekken of spelletjes onderbreken zonder op de beurt te wachten.
  • Overhaaste beslissingen nemen zonder de gevolgen te overwegen.
  • Moeite hebben om op de beurt te wachten, zowel in een rij als tijdens groepsactiviteiten [1].

2. Eerste signalen van ADHD

Signalen van ADHD kunnen al in de vroege kindertijd zichtbaar worden. Ouders of verzorgers kunnen het volgende opmerken:

  • Moeite om de aandacht vast te houden, vooral bij taken die niet boeiend zijn; sommige mensen kunnen zich juist zeer intens concentreren op activiteiten die hen interesseren.
  • Veelvuldig friemelen, wiebelen of rusteloos zijn.
  • Niet in staat zijn om instructies op te volgen of taken af te maken.
  • Overmatig praten en gesprekken of spelletjes onderbreken.
  • Moeite hebben om overzicht te houden en persoonlijke spullen bij te houden [1].

3. Gevolgen voor het dagelijks leven

Symptomen en ondersteuningsbehoeften kunnen veranderen met de leeftijd en de eisen die worden gesteld. Mogelijke gevolgen zijn:

  • Schoolprestaties kunnen achteruitgaan doordat het moeilijk is om de aandacht bij schoolwerk te houden.
  • Sociale contacten kunnen worden beïnvloed, omdat impulsief gedrag kan leiden tot conflicten met leeftijdsgenoten.
  • Het organiseren van taken en afronden van opdrachten wordt steeds moeilijker [2].

4. Wanneer professionele hulp zoeken

Vraag om diagnostisch onderzoek wanneer aanhoudende symptomen het dagelijks leven belemmeren; de problemen hoeven niet eerst ernstig te worden. Ernstigere beperkingen kunnen onder meer zijn:

  • Schoolprestaties kunnen zo sterk achteruitgaan dat iemand niet meer aan de opleidingseisen voldoet.
  • Relaties met familie, vrienden en leeftijdsgenoten kunnen onder druk komen te staan.
  • Risicovol gedrag, zoals roekeloos rijden of middelenmisbruik, kan ontstaan [2].
  • Gevoelens van frustratie, een laag zelfbeeld en emotionele klachten kunnen veel voorkomen [3].

5. Complicaties

ADHD hangt samen met een verhoogd risico op bepaalde problemen, maar deze gevolgen zijn niet onvermijdelijk en ondersteuning kan helpen. Voorbeelden zijn:

  • Leerproblemen en onderpresteren op school [1].
  • Een verhoogd risico op ongevallen en letsel door impulsief gedrag [3].
  • Een laag zelfbeeld en het ontstaan van emotionele en gedragsproblemen.
  • Een grotere kans op risicovol gedrag, zoals middelenmisbruik.
  • Verstoorde relaties met familie, vrienden en collega’s [2].

De precieze oorzaken van ADHD zijn nog niet volledig bekend. Onderzoek wijst er echter op dat een combinatie van genetische, omgevings- en neurobiologische factoren bijdraagt aan het ontstaan van ADHD.

We gaan nader in op de verschillende oorzaken van ADHD bij kinderen en volwassenen en bekijken hoe de wisselwerking tussen deze factoren de aandoening beïnvloedt.

Genetische factoren

Erfelijkheid speelt een belangrijke rol bij ADHD. Onderzoek laat zien dat de aandoening vaak bij meerdere familieleden voorkomt en dat mensen met ADHD in de familie een hoger risico hebben om de stoornis te ontwikkelen [1].

Specifieke genen die betrokken zijn bij de hersenfunctie, neurotransmitters en de regulatie van dopamine (een neurotransmitter die een cruciale rol speelt bij aandacht en concentratie) zijn in verband gebracht met ADHD [2]. Het is echter belangrijk te onthouden dat een genetische aanleg niet betekent dat iemand zeker ADHD zal hebben.

Neurobiologische factoren

Onderzoek toont gemiddelde verschillen in hersenontwikkeling en hersenactiviteit tussen groepen met en zonder ADHD. Er is aanzienlijke overlap tussen deze bevindingen, waardoor een hersenscan niet kan worden gebruikt om bij een individuele persoon ADHD vast te stellen.

Dopamine en noradrenaline zijn betrokken bij aandacht en vormen aangrijpingspunten voor sommige geneesmiddelen. ADHD kan echter niet worden vastgesteld met een eenvoudige test op een verstoorde neurotransmitterbalans en wordt niet verklaard door een tekort aan één chemische stof.

Omgevingsfactoren

Verschillende omgevingsfactoren kunnen bijdragen aan het ontstaan van ADHD bij kinderen, op zichzelf of in combinatie met genetische en neurobiologische factoren:

Vroege ontwikkeling: Vroeggeboorte, een laag geboortegewicht en bepaalde prenatale blootstellingen hangen samen met een verhoogd risico. Dergelijke verbanden tonen niet één enkele oorzaak aan. Bespreek vragen over medicatie tijdens de zwangerschap met de voorschrijver in plaats van zelfstandig de behandeling te stoppen.

Blootstelling aan lood: Lood is een neurotoxisch metaal dat de hersenontwikkeling kan verstoren. Kinderen die aan lood worden blootgesteld, ook in lage concentraties, hebben mogelijk een hoger risico op het ontwikkelen van ADHD [1].

Hersenletsel: Traumatisch hersenletsel, vooral wanneer de frontale hersenkwabben zijn aangedaan, kan leiden tot ADHD-achtige symptomen of bestaande ADHD verergeren [3].

Andere factoren die een rol kunnen spelen:

Voeding: Een evenwichtig voedingspatroon ondersteunt de algemene gezondheid. Suiker is geen bewezen oorzaak van ADHD, en het standaard toepassen van eliminatiediëten of supplementen is geen vervanging voor behandeling. Bespreek een terugkerend vermoeden van een verband met voeding met een behandelaar of diëtist voordat u het voedingspatroon van een kind beperkt.

Schermgebruik: Slaap, beweging en de context van schermgebruik kunnen aandacht en welzijn beïnvloeden. Een verband tussen schermtijd en symptomen bewijst niet dat schermgebruik ADHD veroorzaakt.

Opvoeding en ondersteuning: Opvoeding veroorzaakt geen ADHD. Voorspelbare routines, passende aanpassingen en steunende relaties kunnen iemand helpen met de problemen om te gaan.

Een juiste diagnose is essentieel voor mensen die vermoeden dat zij ADHD hebben. Bij het diagnostische proces worden verschillende criteria afgewogen en verschillende methoden gebruikt om de symptomen te beoordelen.

Hieronder bespreken we de diagnostische criteria en de stappen die worden doorlopen om ADHD vast te stellen.

1. Diagnostische criteria voor ADHD:

De Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5) van de American Psychiatric Association beschrijft de criteria die zorgprofessionals gebruiken om ADHD vast te stellen. Voor de diagnose ADHD moet iemand aan de volgende criteria voldoen [1]:

A. Symptomen: De DSM-criteria vereisen in het algemeen tot en met 16 jaar ten minste zes symptomen binnen het domein onoplettendheid of hyperactiviteit-impulsiviteit, en vanaf 17 jaar ten minste vijf. De symptomen moeten niet passen bij het ontwikkelingsniveau en meerdere symptomen moeten in ten minste twee verschillende situaties voorkomen.

B. Begin: Meerdere symptomen moeten vóór de leeftijd van 12 jaar aanwezig zijn geweest, ook als de diagnose pas veel later wordt gesteld.

C. Duur: De symptomen moeten ten minste zes maanden aanwezig zijn.

D. Beperkingen: De symptomen moeten aanzienlijke beperkingen veroorzaken in het sociale functioneren, op school of op het werk.

E. Uitsluiting: Andere medische of psychiatrische aandoeningen die de symptomen mogelijk beter verklaren, moeten worden uitgesloten.

2. Stappen bij het vaststellen van ADHD:

A. Eerste beoordeling

Het diagnostische proces voor ADHD begint meestal met een eerste beoordeling door een zorgprofessional, zoals een kinderarts, psychiater of psycholoog, of bij een gespecialiseerde ADHD-kliniek.

B. Medische voorgeschiedenis

De zorgprofessional brengt de medische voorgeschiedenis uitgebreid in kaart, waaronder het voorkomen van ADHD of andere psychiatrische aandoeningen in de familie.

C. Beoordeling van de symptomen

De ADHD-symptomen worden beoordeeld aan de hand van de DSM-5-criteria. Het onderzoek kan bestaan uit gesprekken met de betrokkene en diens familieleden of naasten, en uit zelfrapportagevragenlijsten om informatie te verzamelen over de symptomen en hun invloed op het dagelijks leven.

D. Observatie en gedragsanalyse

Bij kinderen kunnen leerkrachten worden gevraagd om informatie over het gedrag en de aandacht van het kind op school. Dit kan helpen vast te stellen of de symptomen in verschillende omgevingen aanwezig zijn.

E. Medisch onderzoek

Er kan lichamelijk onderzoek worden gedaan om onderliggende medische aandoeningen uit te sluiten die mogelijk bijdragen aan de symptomen.

F. Andere aandoeningen uitsluiten

Andere medische of psychiatrische aandoeningen die op ADHD kunnen lijken of ermee kunnen samengaan (bijvoorbeeld leerstoornissen, angst of depressie) worden overwogen en onderzocht.

G. Toetsing aan de diagnostische criteria

De zorgprofessional toetst de verzamelde informatie aan de DSM-5-criteria om een juiste diagnose te stellen.

3. Diagnostische methoden voor ADHD

A. Vragenlijsten en beoordelingsschalen

Er worden verschillende gevalideerde vragenlijsten en beoordelingsschalen gebruikt om ADHD-symptomen bij kinderen en volwassenen te beoordelen. Deze instrumenten helpen om vanuit verschillende perspectieven, zoals die van ouders, leerkrachten en de betrokkenen zelf, informatie te verzamelen over de frequentie en ernst van de symptomen.

B. Tests voor volgehouden aandacht (Continuous Performance Tests, CPT)

CPT’s meten aspecten van aandacht en impulsbeheersing. Bij bepaalde diagnostische onderzoeken kunnen ze aanvullende informatie opleveren, maar noch een CPT noch een vragenlijst kan op zichzelf ADHD bevestigen of uitsluiten.

C. Neuropsychologisch onderzoek

In sommige gevallen kan neuropsychologisch onderzoek worden ingezet om cognitieve functies te beoordelen en specifieke leerproblemen of beperkingen in de executieve functies vast te stellen.

D. Beeldvormend hersenonderzoek (neuro-imaging)

Beeldvormende technieken, zoals MRI- of PET-scans, worden niet standaard gebruikt bij de diagnostiek van ADHD. Ze kunnen wel worden ingezet voor wetenschappelijk onderzoek of wanneer andere hersenaandoeningen moeten worden uitgesloten.

Informatie van mensen die de betrokkene in verschillende situaties kennen, kan nuttig zijn wanneer dit passend is en met toestemming gebeurt. Bij diagnostisch onderzoek bij volwassenen moet de beschikbare informatie over de kindertijd worden meegenomen, zonder ervan uit te gaan dat bij iedereen een ouder of schoolrapport beschikbaar is.

Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD) is een chronische aandoening, maar met een passende behandeling kunnen mensen hun symptomen effectief beheersen en hun dagelijks functioneren verbeteren.

De behandeling van ADHD bestaat meestal uit een combinatie van gedragsinterventies, psycho-educatie en, in sommige gevallen, medicatie.

Hieronder bespreken we de verschillende behandelingen voor ADHD.

1. Gedragsinterventies

A. Gedragstherapie

Gedragstherapie is een belangrijk onderdeel van de behandeling van ADHD, vooral bij kinderen. Deze therapie richt zich op het veranderen van gedrag en het ontwikkelen van essentiële vaardigheden om met ADHD-symptomen om te gaan. Gedragstherapie kan onder meer bestaan uit:

Oudertraining: Ouders leren strategieën om hun kind effectief te ondersteunen en diens gedrag te begeleiden. Daarbij kan het gaan om het stellen van duidelijke verwachtingen, het belonen van positief gedrag en het consequent verbinden van gevolgen aan problematisch gedrag [2].

Gedragsinterventies op school: Leerkrachten kunnen in de klas gedragsinterventies gebruiken om kinderen met ADHD te ondersteunen. Voorbeelden zijn het aanbrengen van vaste routines, het geven van duidelijke instructies en het positief bekrachtigen van gewenst gedrag [2].

Individuele therapie: Bij oudere kinderen en volwassenen kan individuele therapie helpen om met de emotionele uitdagingen van ADHD om te gaan en strategieën voor het dagelijks leven te ontwikkelen [5].

2. Psycho-educatie

A. Voorlichting en ondersteuning voor families

Voorlichting over ADHD aan familieleden en verzorgers kan bijzonder nuttig zijn. Inzicht in de aard van de aandoening, de invloed ervan op het dagelijks leven en effectieve manieren om ermee om te gaan, kan families helpen hun naasten met ADHD te ondersteunen [2].

B. Psycho-educatie voor mensen met ADHD

Mensen informeren over ADHD, de symptomen en strategieën voor zelfmanagement kan hen helpen een actieve rol in hun behandeling te nemen en hun zelfbeeld te verbeteren [5].

3. Medicatie

A. Stimulerende medicatie

Stimulantia zoals methylfenidaat of geneesmiddelen op basis van amfetamine kunnen ADHD-symptomen verminderen. Of ze geschikt zijn, hangt af van leeftijd, beperkingen, gezondheid en voorkeur. Bij het voorschrijven moeten de voordelen, bijwerkingen, bloeddruk, pols en groei of gewicht worden beoordeeld en gevolgd. Bij jonge kinderen staan oudertraining en gedragsondersteuning centraal; medicatie is niet automatisch de eerste stap.

B. Niet-stimulerende medicatie

Niet-stimulerende mogelijkheden kunnen atomoxetine omvatten en, voor sommige leeftijdsgroepen en in bepaalde zorgcontexten, guanfacine of clonidine. Registraties en aanbevelingen verschillen per land en leeftijd. Deze middelen zijn daarom niet voor iedere volwassene of ieder kind onderling uitwisselbare opties.

4. Gecombineerde behandeling

Een behandelplan kan medicatie, praktische aanpassingen, voorlichting en psychologische ondersteuning combineren. Welke combinatie passend is, hangt af van leeftijd, doelen, beperkingen en de reactie op behandeling. Er is niet één behandelpakket dat voor iedereen het beste is.

5. Aanpassingen in de leefstijl

A. Vaste dagstructuur: Een vaste dagelijkse routine kan mensen met ADHD helpen hun tijd en taken beter te organiseren.

B. Regelmatig bewegen: Regelmatige lichaamsbeweging kan de concentratie, aandacht en het algemene welzijn verbeteren.

C. Gezonde voeding: Een evenwichtig voedingspatroon dat rijk is aan voedingsstoffen kan de gezondheid van de hersenen ondersteunen en mogelijk helpen om symptomen te beheersen.

6. Ondersteunende voorzieningen

A. Lotgenotengroepen: Deelname aan lotgenotengroepen kan mensen met ADHD en hun families een gevoel van verbondenheid geven en waardevolle inzichten bieden van anderen met vergelijkbare ervaringen.

B. Ondersteuning op school: Scholen kunnen kinderen met ADHD aanpassingen en ondersteuning bieden om hen te helpen bij hun schoolprestaties.

Het begeleiden van een kind met ADHD kan uitdagend zijn, maar met geduld, begrip en effectieve strategieën kunt u een ondersteunende en stimulerende omgeving creëren waarin het zich kan ontwikkelen. Hier volgen praktische tips voor het omgaan met uw kind met ADHD:

Verdiep u in ADHD: Leer over ADHD, de symptomen en de invloed ervan op uw kind. Inzicht in de aandoening helpt u om met begrip en geduld op de behoeften van uw kind te reageren.

Zorg voor een vaste dagstructuur: Stel een dagelijkse routine op met duidelijke tijden en verwachtingen. Kinderen met ADHD hebben baat bij voorspelbare routines, omdat ze daardoor weten wat er gaat gebeuren en minder angst ervaren.

Verdeel taken in haalbare stappen: Deel taken op in kleinere, overzichtelijke stappen om overbelasting te voorkomen. Gebruik visuele hulpmiddelen of afvinklijsten om uw kind te helpen bij de taak te blijven.

Gebruik positieve bekrachtiging: Geef uw kind complimenten en beloningen voor inzet en prestaties. Positieve bekrachtiging kan het motiveren om gewenst gedrag vol te houden.

Beperk afleiding: Zorg waar mogelijk voor een omgeving zonder afleiding, vooral tijdens huiswerk of andere activiteiten die concentratie vereisen.

Stimuleer lichaamsbeweging: Regelmatig bewegen kan helpen overtollige energie te kanaliseren en de concentratie te verbeteren. Moedig uw kind aan om te sporten of andere vormen van beweging te kiezen die het leuk vindt.

Stel realistische verwachtingen: Wees realistisch over de mogelijkheden en vooruitgang van uw kind. Sta stil bij kleine successen en wees geduldig bij tegenslagen.

Hanteer duidelijke, haalbare verwachtingen en reageer consequent en ondersteunend. Pas taken aan en bied positieve bekrachtiging, in plaats van problemen die voortkomen uit de beperkingen van het kind als opzettelijke ongehoorzaamheid te beschouwen.

Sommige kinderen vinden korte ademhalings- of mindfulnessoefeningen rustgevend. Bied deze zonder druk aan en beschouw ze niet als vervanging voor reguliere ADHD-zorg.

Zoek professionele hulp: Overleg met zorgprofessionals, zoals kinderartsen, therapeuten of schoolbegeleiders, om een uitgebreid behandelplan op te stellen dat aansluit bij de behoeften van uw kind.

In onze luxueuze behandelcentra voor ADHD staat het bieden van wetenschappelijk onderbouwde, uitgebreide behandelingen centraal, om effectief aan te sluiten bij de individuele behoeften van mensen met ADHD. Onze exclusieve faciliteiten bieden een rustige en comfortabele omgeving, zodat cliënten zich op hun behandeling en welzijn kunnen richten.

Vraag bij het overwegen van een zorgaanbod hoe de volgende onderdelen aansluiten bij de vastgestelde behoeften van de betrokkene:

Individuele behandelplannen

Onze behandelplannen worden afgestemd op de specifieke behoeften en uitdagingen van ieder individu met ADHD. Uitgebreid diagnostisch onderzoek en beoordelingen worden uitgevoerd om te bepalen welke therapieën en interventies het meest passend zijn.

Ervaren en gespecialiseerde medewerkers

Ons team bestaat uit ervaren psychiaters, therapeuten en begeleiders die goed vertrouwd zijn met de behandeling van ADHD. Medewerkers zijn specifiek geschoold in wetenschappelijk onderbouwde therapieën en interventies voor ADHD.

Wetenschappelijk onderbouwde therapieën

Psychologische ondersteuning kan bestaan uit gedragsstrategieën of cognitieve gedragstherapie (CGT) die is aangepast aan ADHD. Gezinsgerichte begeleiding kan helpen bij specifieke doelen, maar de wetenschappelijke onderbouwing verschilt per interventie. Deze interventies mogen niet worden voorgesteld als even goed bewezen voor elk symptoom of elke leeftijdsgroep.

Medicatiebegeleiding

Onze centra beschikken over ervaren psychiaters die zo nodig ADHD-medicatie kunnen voorschrijven en het gebruik ervan kunnen volgen. Voor mensen die mogelijk baat hebben bij farmacologische interventies maakt medicatiebegeleiding deel uit van het totale behandelplan.

Ondersteuning bij bijkomende aandoeningen

We erkennen dat mensen met ADHD bijkomende aandoeningen kunnen hebben, zoals angst of depressie. Onze behandelplannen houden rekening met deze complexiteit om zorg te bieden die de mens als geheel benadert.

Weinig cliënten per medewerker

Doordat er weinig cliënten per medewerker zijn, kunnen we ieder individu persoonlijke aandacht en ondersteuning bieden. Zo kunnen we de voortgang nauwlettend volgen en het behandelplan waar nodig aanpassen.

Uitgebreide betrokkenheid van de familie

Voorlichting aan of betrokkenheid van familie kan helpen wanneer dit passend, overeengekomen en veilig is. Volwassenen kunnen effectieve zorg ontvangen zonder verplichte deelname van familieleden.

Holistische benadering

Onze behandelaanpak gaat verder dan symptoombeheersing en is gericht op verbetering van het algemene welzijn. We integreren mindfulnessoefeningen, voedingsadvies en technieken voor stressvermindering om de kwaliteit van leven te verbeteren.

Hoogwaardige voorzieningen

Onze luxueuze behandelcentra bieden een comfortabele en exclusieve omgeving die ontspanning en aandacht voor herstel bevordert. Privéaccommodaties, verfijnde maaltijden, spavoorzieningen en recreatieve activiteiten dragen bij aan een positieve behandelervaring.

Nazorg

Een nazorgplan moet aandacht besteden aan medicatiebeoordeling, praktische ondersteuning en veranderende behoeften. Voortgezet contact kan de vooruitgang ondersteunen, maar geen enkele zorgaanbieder kan blijvend succes garanderen.

Vragen

Veelgestelde vragen

Kan ADHD-medicatie verslavend zijn?
Stimulerende geneesmiddelen op recept brengen risico’s op misbruik, verslaving en overdosering met zich mee, ook voor mensen met ADHD. Zorgvuldig voorschrijven en controleren kan aanzienlijke voordelen opleveren, maar ook bij mensen met een ADHD-diagnose kunnen deze geneesmiddelen verslavend zijn. Gebruik ze uitsluitend zoals voorgeschreven, deel ze nooit met anderen en bespreek zorgen met de voorschrijver. Lichamelijke afhankelijkheid op zichzelf is niet hetzelfde als verslaving.
Kunnen volwassenen met ADHD een succesvolle loopbaan hebben?
Ja. Volwassenen met ADHD kunnen een succesvolle loopbaan hebben. Sterke kanten en problemen verschillen per persoon; niet iedereen is creatief of kan zich zeer intens concentreren. Een passende behandeling, aanpassingen en praktische strategieën kunnen iemand helpen om aan diens doelen te werken.
Is er een verband tussen ADHD en middelenmisbruik?
ADHD hangt samen met een hoger risico op stoornissen in het gebruik van middelen, maar het verloop bij een individu kan doorgaans niet op basis van alleen de diagnose worden voorspeld. Onderzoek beide aandoeningen wanneer ze aanwezig zijn. Een passende ADHD-behandeling kan het functioneren ondersteunen, terwijl middelengerelateerde problemen mogelijk een eigen, wetenschappelijk onderbouwde behandeling vereisen.

Redactionele onderbouwing

Bewijs en bronnen

Geselecteerde klinische richtlijnen, peer-reviewed onderzoek en volksgezondheidsbronnen die in dit artikel zijn gebruikt.

01American Psychiatric Association. (2022). *Wat is ADHD?*Bron bekijken
02Agency for Healthcare Research and Quality. (2018). *Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis: diagnostiek en behandeling bij kinderen en adolescenten.*Bron bekijken
03Centers for Disease Control and Prevention. (2024). *Gegevens en statistieken over ADHD.*Bron bekijken
Alle 14 bronnen bekijkenMinder bronnen tonen
04World Health Organization. (z.d.). *6A05 Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis.*Bron bekijken
05National Institute of Mental Health. (2024). *Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD).*Bron bekijken
06MedlinePlus. (2024). *Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (ADHD).*Bron bekijken
07Faraone, S. V., Banaschewski, T., Coghill, D., Zheng, Y., Biederman, J., Bellgrove, M. A., Newcorn, J. H., Gignac, M., Al Saud, N. M., Manor, I., Rohde, L. A., Yang, L., Cortese, S., Almagor, D., Stein, M. A., Albatti, T. H., Aljoudi, H. F., Alqahtani, M. M. J., Asherson, P., … Wang, Y. (2021). *De internationale consensusverklaring van de World Federation of ADHD: 208 wetenschappelijk onderbouwde conclusies over de stoornis.*Bron bekijken
08Cortese, S., Adamo, N., Del Giovane, C., Mohr-Jensen, C., Hayes, A. J., Carucci, S., Atkinson, L. Z., Tessari, L., Banaschewski, T., Coghill, D., Hollis, C., Simonoff, E., Zuddas, A., Barbui, C., & Cipriani, A. (2018). *Vergelijkende werkzaamheid en verdraagbaarheid van geneesmiddelen voor aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis bij kinderen, adolescenten en volwassenen: een systematische review en netwerkmeta-analyse.*Bron bekijken
09World Health Organization. (2019). Classificatie van ziekten.Bron bekijken
10Agency for Healthcare Research and Quality. (2018). Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis: diagnostiek en behandeling bij kinderen en adolescenten.Bron bekijken
11National Center for Biotechnology Information. (z.d.). Bookshelf.Bron bekijken
13National Institute for Health and Care Excellence. (2019). *Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis: diagnostiek en behandeling (NICE-richtlijn NG87).*Bron bekijken
Wat dit omvat
01

Klinische context

Heldere informatie wordt geplaatst binnen de context van complexe en gelijktijdig voorkomende problematiek.

02

Individuele factoren

Beoordeling blijft essentieel, omdat behoeften en risico’s per persoon verschillen.

03

Volgende stappen

Een vertrouwelijk gesprek kan helpen bepalen welk vervolgtraject het meest passend is.

Weet u niet zeker welk traject bij de situatie past?

Uw opnameteam

Jil Moore
Jil MooreDirecteur cliëntrelaties
Cynthia Nakhle
Cynthia NakhleOpnamemanager

Een vertrouwelijk eerste gesprek kan het klinische beeld verhelderen en uitwijzen of onze omgeving passend is.

THE BALANCE
EEN EERSTE STAP

Vragen over onze behandeling