- Bij THE BALANCE wordt toelating tot ieder behandelprogramma bepaald door een zorgvuldige klinische beoordeling en door professionele en ethische verantwoordelijkheid.
- Een programma wordt uitsluitend aangeboden wanneer er een redelijke klinische grond is om aan te nemen dat de setting, de mate van structuur en de therapeutische aanpak passend zijn.
- Een geschiktheidsbeoordeling beschermt zowel de cliënt als de kwaliteit en veiligheid van de zorg.
Bij THE BALANCE wordt toelating tot ieder behandelprogramma bepaald door een zorgvuldige klinische beoordeling en door professionele en ethische verantwoordelijkheid.
Niet iedere persoon, problematiek of context past binnen ons zorgmodel. Een programma wordt uitsluitend aangeboden wanneer er een redelijke klinische grond is om aan te nemen dat de setting, de mate van structuur en de therapeutische aanpak passend zijn. Een geschiktheidsbeoordeling beschermt zowel de cliënt als de kwaliteit en veiligheid van de zorg.
WAAROM GESCHIKTHEID VAN BELANG IS
Behandeling die onvoldoende aansluit bij de klinische behoefte kan ineffectief zijn of risico’s vergroten. Een geschiktheidsbeoordeling borgt dat:
- het zorgniveau passend is
- risico’s worden herkend en beheerst
- verwachtingen realistisch zijn
- kaders en grenzen helder zijn
- behandeldoelen binnen het programmakader haalbaar zijn
Verantwoorde toelating is een klinische beslissing, geen commerciële afweging.
HET BEOORDELINGSPROCES
De geschiktheid voor een programma wordt vastgesteld via een gestructureerd beoordelingsproces. Dit kan onder meer omvatten:
- klinische gesprekken
- beoordeling van de psychische voorgeschiedenis
- weging van traumablootstelling en stressbelasting
- inschatting van middelen-gerelateerde risico’s
- medische en psychiatrische informatie, indien relevant
- inzicht in persoonlijke, familiale en professionele context
De beoordeling is zorgvuldig, vertrouwelijk en waar passend in samenspraak met de cliënt.
FACTOREN BIJ PROGRAMMAPLAATSING
Bij plaatsingsbesluiten kunnen onder meer de volgende factoren worden meegewogen:
- psychologische en psychiatrische presentatie
- traumageschiedenis en regulatievermogen
- middelengebruikpatronen en risico op onthouding
- medische stabiliteit en complexiteit
- bereidheid en mogelijkheid tot actieve deelname
- vermogen om deel te nemen in een residentiële of ambulante setting
- behoefte aan structuur, begrenzing of autonomie
Geen enkele factor is op zichzelf doorslaggevend voor geschiktheid.
KLINISCHE KADERS & BEPERKINGEN
Niet iedere klinische presentatie is passend voor behandeling bij THE BALANCE. In sommige situaties geldt dat:
- een hoger niveau van medische of psychiatrische beveiliging/containment noodzakelijk kan zijn
- een andere institutionele setting beter aansluit
- het moment nog niet geschikt is voor engagement in behandeling
- alternatieve of voorbereidende zorg wordt geadviseerd
Deze afwegingen worden transparant en met respect gecommuniceerd.
PROGRAMMASPECIFIEKE OVERWEGINGEN
Elk programma kent eigen toelatingscriteria. Bijvoorbeeld:
- residentiële zorg vergt aantoonbare mogelijkheid tot gestructureerde deelname
- medische stabilisatie vereist een herkenbare klinische indicatie
- ambulante zorg vraagt voldoende stabiliteit en zelfregie
De programmakeuze wordt gedurende het traject herhaaldelijk geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
TOESTEMMING, VERWACHTINGEN & VERANTWOORDELIJKHEID
Toelating vereist geïnformeerde toestemming en een gedeeld begrip van de behandelafspraken. Dit omvat duidelijkheid over:
- reikwijdte en grenzen van de zorg
- rollen en verantwoordelijkheden
- vertrouwelijkheid en professionele grenzen
- vereisten voor deelname
- evaluatie-, overdrachts- en transitieprocessen
Heldere verwachtingen ondersteunen vertrouwen en behandelbetrokkenheid.
VERWIJZINGEN & PROFESSIONELE SAMENWERKING
De geschiktheidsbeoordeling kan, waar passend, samenwerking omvatten met:
- verwijzende behandelaren
- medisch specialisten
- familieleden (uitsluitend met toestemming)
- bestaande zorgverleners of behandelsettings
Samenwerking ondersteunt continuïteit, risicobeheersing en patiëntveiligheid.
WANNEER TOELATING NIET WORDT GEADVISEERD
Wanneer toelating klinisch niet aangewezen is, kan ondersteuning bestaan uit:
- toelichting op de klinische overwegingen
- gerichte verwijzing naar meer passende zorg
- afstemming met externe zorgverleners waar mogelijk
Het niet adviseren van toelating kan onderdeel zijn van verantwoorde en ethische zorg.
VEELGESTELDE VRAGEN
Is toelating gegarandeerd na een eerste contact?
Nee. Toelating volgt pas na beoordeling en bevestiging van geschiktheid.
Kan de programmatische plaatsing in de tijd wijzigen?
Ja. De plaatsing wordt periodiek herzien en aangepast wanneer de klinische behoefte verandert.
Wat als het programma na toelating toch niet passend blijkt?
Het behandelplan wordt herbeoordeeld en een passende, verantwoord georganiseerde overgang wordt besproken.





















